Journalist Cees Stolk ging op zoek naar de verhalen achter de namen op de stenen. Hij sprak met nabestaanden van drie mannen die - ieder vanuit eigen motieven – in opstand kwamen tegen de bezetter. Met Kees Klok, kleinzoon van de communist Kornelus Baas, ging Stolk naar voormalig concentratiekamp Flossenbürg: de plek waar Kornelus Baas stierf.
Bij de dochter van de katholieke slager Adolf Lukken las Stolk de laatste brieven die haar vader vanuit gevangenschap naar huis schreef.
Ook bekeek Stolk de kelder onder de baptistenkerk in Oude Pekela, onderduikplaats van de jonge Jan Koolhof die door de nazi's langs de kant van de weg werd doodgeschoten.