Het Scholtenhuis in 1942, hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst. Fotograaf onbekend, Groninger Archieven

Het beruchte Scholtenhuis

Het Scholtenhuis was een statig pand aan de Grote Markt in Groningen, dat in de Tweede Wereldoorlog het hoofdkwartier was van de regionale afdeling van de Sichterheitsdienst (SD). Het pand is berucht om de vele martelingen die er plaats hebben gevonden. In de volksmond werd het Scholtenhuis ook wel ‘het voorportaal van de hel’ genoemd.

Robert Lehnhoff, bekend om zijn bijnaam ‘De Beul van Groningen’, schijnt eens te hebben opgemerkt dat het maar goed was dat de vloerbedekking in het Scholtenhuis toch al rood van kleur was – zodat alle bloedvlekken niet zo opvielen.

Sicherheitsdienst

Het Scholtenhuis werd aan het einde van de negentiende eeuw in opdracht van de Groningse zakenman Willem Albert Scholten gebouwd. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, besloot de Duitse bezetter dat het Scholtenhuis het hoofdkwartier moest worden van de regionale afdeling van de Sicherheitsdienst (SD) en Sichterheitspolizei. Niet alleen was het Scholtenhuis centraal gelegen, het straalde ook een grandeur uit waar de nazi's van hielden.

In de eerste jaren van de bezetting bestond het korps in het Scholtenhuis uit een vaste bezetting, een man of dertig. Hun taak bestond onder andere uit het opsporen van verzetshaarden, het toezien op de uitvoering van de anti-Joodse maatregelen en het verhoren van arrestanten. Meestal werden arrestanten rechtstreeks naar het Scholtenhuis toe gebracht voor een eerste verhoor - als de arrestatie en de gepleegde feiten nog 'vers' waren.'

Berucht

Mede door deze verhoren en de gebruikte methoden is het Scholtenhuis zo berucht geworden. Zowel mannelijke als vrouwelijke gevangenen werden gruwelijk mishandeld en gemarteld. De Groninger SD bleek zeer effectief in het uitvoeren van het Haagse beleid. De kille cijfers spreken boekdelen. Terwijl landelijk gemiddeld 30 procent van de Joden de oorlog overleefde, was dat in de stad Groningen slechts 20 procent. Ook was het totaal aantal doden als gevolg van Duitse maatregelen in Groningen groter dan in de rest van Nederland.

Versterking

Na Dolle Dinsdag vluchtten veel foute politierechercheurs van de korpsen Amsterdam en Haarlem richting Duitsland, uit angst voor vergelding. Toen ter hoogte van Groningen bleek dat het allemaal zo’n vaart niet zou lopen, heeft een groot deel van hen zich toen gemeld bij de Groningse SD. Omdat deze mannen onbekend waren het verzet in het Noorden, konden zij zich anoniem onder de mensen begeven en spioneerwerk verrichten. Dit heeft ertoe geleid dat in de winter van ’44-’45 veel verzetsgroepen compleet werden opgerold.

Het Zuiden van Nederland was al vrij, maar in het Noorden brak een winter aan van angst en terreur. Ook in het Huis van Bewaring werden nu gevangenen verhoord. Dagelijks kwamen er familieleden van arrestanten op bezoek om te smeken voor de vrijlating van hun dierbaren.

Vlucht

Naarmate de geallieerde troepen het noorden van Nederland naderden, begon er op het Scholtenhuis een wat fatalistische stemming te heersen. Die kwam onder meer tot uiting door grootse schranspartijen, waarbij alcohol en vrouwen betrokken waren.

Kort voordat de Canadezen op 13 april 1945 Groningen bereikten, vluchtte een groot aantal SD'ers van het Scholtenhuis naar Schiermonnikoog. Na hun arrestatie kregen velen de doodstraf of lange gevangenisstraffen. Robert Lehnhoff werd ter dood veroordeeld en in 1950 geëxecuteerd door een vuurpeloton op het kazerneterrein aan de Hereweg in Groningen. Het Scholtenhuis stond toen al niet meer overeind; het ging bij de bevrijding in vlammen op.