Het geitenproject van de neven Wilkens

In Veendam probeerden twee neven tussen 1941 en 1943 met een geitenfokkerij hun rantsoenen levensmiddelen aan te vullen. Vlees, boter en melk werden tijdens de oorlog steeds schaarser. Maar of het 'geitenproject' nou werkelijk zo'n goed idee was...

Een geitenfokkerij tegen de schaarste

In de oorlog ontstond op den duur schaarste aan allerlei goederen. De handel is gestagneerd, producten die van ver komen, zoals koffie, thee, tabak, olie, rubber en rijst raken op. De Duitse bezetters brengen veel producten uit Nederland naar Duitsland; tekorten in Nederland lopen op.

In het agrarische deel van Nederland (en dus ook in Groningen) waren de tekorten op het gebied van voedsel minder nijpend, al schafte de pot steeds eentoniger voedsel naarmate de oorlog vorderde. Toch heersten ook hier tekorten aan medicijnen, schoenen, fietsbanden, kleding en papier. Huisvrouwen moesten creatief omgaan met de levensmiddelen die ze konden krijgen en wie handig was met naald en draad, kon kleding vermaken, verstellen en herstellen. Op allerlei vlakken werden mensen creatief als gevolg van de schaarste.

In april 1941 beginnen de neven Nico en Frits Wilkens van houtstek Wilkens aan het fokken van geiten. Ze zien aankomen dat de eerste levensbehoeften wel eens schaars kunnen worden en geiten zijn dé oplossing voor dat probleem. Een van hun nazaten heeft het zorgvuldig bijgehouden kasboekje van hun geitenonderneming bijgehouden en daaruit een luchtig verhaal over prijsstijgingen en schaarste in de voedselvoorziening opgetekend.

Startkapitaal

Op 26 april 1941 beginnen Nico en zijn neef Frits Wilkens met de aanschaf van twee melkgeiten en twee drachtige geiten, voor ongeveer 50 gulden per dier.

Er wordt voor zestig cent een kasboek aangeschaft, want de zaken moeten wel nauwkeurig worden vastgelegd ter voorkoming van onmin tussen beide investeerders. Met oog op de toekomst wordt een houten botervat aangeschaft, want van melk van goed gevoederde geiten kan ook boter gemaakt worden. 

De geiten worden verzorgd door Hut, een man die op de houtstek van Wilkens woont. Of hij de geiten ook elke keer goed in de gaten houdt en op tijd opsluit, is niet helemaal zeker. In elk geval moeten de neven Wilkens een keer een nieuwe riem aanschaffen voor een medewerker van de houthandel, en een keer nieuwe fietstassen, die zijn opgeknabbeld.

'Houdt Uw neus dicht'

Wanneer Nico en zijn vrouw Fenny op 29 maart hun 25-jarig huwelijksfeest vieren, verschijnt het zelfgemaakte krantje Het Wilkelaantje. Daarin verschijnt een artikeltje dat de stand van zaken redelijk weergeeft:

De Heer Wilkens is naar verluidt een bekend geitenfokker hier ter plaats, wiens bekende boter, merk 'Houdt Uw neus dicht' groote vermaardheid geniet. De heer W. deelde ons desgevraagd mede, dat deze boter voor kenners het neusje van de zalm is. Helaas schijnen er slechts heel weinig kenners te zijn.

Diversificatie

De geitenonderneming wordt na verloop van tijd uitgebreid met konijnen en zelfs een varken. In het zorgvuldig bijgehouden kasboekje stijgen alle prijzen; zowel van hooi, uierzalf en geitenkoekjes als van vergoedingen voor het dekken en slachten. 

Eind 1943 hebben de heren Wilkens er genoeg van. Drie geiten worden verkocht voor 700 gulden, een kapitaal in vergelijking met de prijzen van 1941. Maar alles bij elkaar hebben de neven geen winst gemaakt op hun geitenfokkerij. Of ze er lekker van gegeten hebben, is helaas niet in het kasboekje genoteerd.