Groninger verzetshelden

Willem Zwartenkot - Sauwerd

Geboren: 20 maart 1914, Sauwerd

Gestorven: 20 mei 2001, Winsum

Toen burgemeester Bruins Slot in 1942 vervangen werd door de Duitsgezinde burgemeester Karres, brak er voor de ingezetenen van de voormalige gemeente Adorp een moeilijke tijd aan. Karres was niet bepaald geliefd. Op een enkele NSB'er na moest de meerderheid van de bevolking niets van hem hebben en hij werd zoveel mogelijk gemeden of genegeerd.

Maar er was ook een kleine groep van dappere mensen die daadwerkelijk in actie kwam. Enerzijds waren dat mensen die zich aansloten bij een regionale of landelijke verzetsgroep, zoals dat het geval was met landbouwer Meindert Veldman uit Hekkum, anderzijds waren dat de mensen die samen de 'ondergrondse' vormden. De ondergrondse opereerde meer plaatselijk. Hun taak was de communicatie binnen het verzet te verzorgen, de door het verzet bemachtigde distributiebonnen naar de plek van bestemming te brengen of de van de Duitsers gestolen wapens te verbergen. Allerlei kleine, maar daardoor niet minder levensgevaarlijke, acties behoorden tot hun taak. De spil van de ondergrondse in de voormalige gemeente Adorp was zonder twijfel bakker Willem Zwartenkot uit de Kerkstraat te Sauwerd. Bij het uitbreken van de oorlog was hij nog jong, 26 jaar, en nog niet getrouwd. In 1942 trouwde hij met Angenietje Jaarsma uit Schilligeham, die vanaf dat tijdstip niet alleen zijn levensgezellin was, maar die hem ook trouw steunde in al zijn verzetsactiviteiten en hem in 1944 zelfs vrij wist te pleiten uit Duitse gevangenschap. Maar daarover later.

De communicatie in de jaren '40-'45 verliep nog primitief. Het doorgeven van vertrouwelijke informatie per telefoon was uitgesloten, omdat de beheerders van telefooncentrales, meestal op het plaatselijke postkantoor, met de gesprekken konden meeluisteren. Om die reden maakte de ondergrondse van Adorp, Sauwerd en Wetsinge dus geen gebruik van de telefoon en moest communiceren via persoonlijk contact op plaatsen die niet zo in de gaten liepen. Vaak was dat ten huize van Willem en Angenietje Zwartenkot, waar een paar extra mensen niet opvielen tussen de vele klanten. Als er iets viel te bespreken, waarschuwde Willem Zwartenkot het hoofd van de Adorpse ondergrondse, politieman Hendrik Jan Oostinga, die in de Stationsstraat naast dokter Nanninga woonde. Om niet op te vallen stalde Zwartenkot zijn fiets dan achter de garage van dokter Nanninga en liep via de achtertuinen naar het huis van Oostinga. Mevrouw Nanninga-Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren, die niet op de hoogte was van de ondergrondse activiteiten van Zwartenkot en Oostinga, mopperde dan: 'Waarom zet die brutale kerel toch steeds zijn fiets achter onze garage?' Maar na de oorlog is het – onder het genot van een kopje thee en een sigaretje - wel weer goed gekomen tussen de bakker en de freule.

De ondergrondse regelde veel zaken die rechtstreeks met de onderduik te maken hadden. Verder verrichtte men hand-en-spandiensten voor het verzet. Bakker Zwartenkot was contactpersoon voor de onderduikers. Er was altijd dringend behoefte aan voedselbonnen en aan steeds nieuwe onderduikadressen en soms liep hij met veel geld op zak dat bedoeld was voor het levensonderhoud van de onderduikers. Voor het vervoer van wapens, vertrouwelijke gegevens en voedselbonnen werkte men samen met koeriers. Een van de dapperste koeriers in Sauwerd was Klaas Datema, oom van Menko Datema van Onstaheerd. Klaas miste een deel van zijn been, omdat hij als scholier op het station van Sauwerd onder een trein gekomen was. Dat bleek tijdens zijn koeriersdiensten een voordeel, omdat hij berichten en voedselbonnen in de holte van zijn prothese kon verstoppen. Deze voedsel- of distributiebonnen waren door het verzet buit gemaakt door overvallen op drukkerijen of distributiekantoren. Alvorens de koeriers ze naar de onderduikadressen brachten, werden ze in Sauwerd opgeslagen op de zolder van smederij Homan aan de Oude Winsumerstraatweg. Daar zat namelijk koerierster Bien Vegter uit Groningen ondergedoken, die vanaf deze plek rustig haar ondergrondse werk voortzette en van hieruit de verdeling van distributiebonnen regelde.

Janna, de zus van Willem Zwartenkot was in 1938 getrouwd met Roelof Bouwman, die als ambtenaar werkte op het gemeentehuis van Sauwerd. Omdat hij vanaf 1942 nauw moest samenwerken met Karres was hij vaak als eerste op de hoogte van maatregelen en besluiten die de burgemeester in opdracht van de bezetter nam. De zo verkregen informatie over op handen zijnde huiszoekingen of arrestaties speelde hij door aan zijn zwager Willem Zwartenkot, die de betreffende personen dan tijdig kon waarschuwen. Volgens de kinderen van Zwartenkot heeft hij op deze manier ook Meindert Veldman gewaarschuwd dat hij moest maken dat hij wegkwam omdat de SD samen met Geesje Bleeker in aantocht was. Helaas kon Veldman zo gauw niet weg, omdat z'n vrouw toevallig niet thuis was die dag en hij z'n kinderen niet alleen kon laten.

Als Karres niet in het gemeentehuis aanwezig was, neusde Bouwman altijd in diens kamer en onderzocht de bureauladen en de prullenbakken. Zo vond hij eens een verkreukeld stuk carbonpapier met daarop een lijst namen van mannen uit Adorp en Sauwerd. Door onmiddellijk zijn zwager daarover te berichten, kon die de mannen waarschuwen, waarna ze tijdig konden onderduiken. Een tweede ambtenaar op het gemeentehuis die informatie doorspeelde aan het verzet was Hennie Harsema uit Adorp, die een zelfde belangrijke rol speelde bij hulp aan onderduikers. Harsema en Bouwman samen wisten onder het oog van Karres clandestien heel wat extra stamkaarten uit te geven, waarvoor weer extra voedselbonnen verkregen konden worden voor de onderduikers. Toen Karres het eindelijk door begon te krijgen, speelden beide ambtenaren de vermoorde onschuld.

Karres en Willem Zwartenkot konden elkaars bloed wel drinken, maar het lukte de burgemeester niet zich van zijn grootste vijand te ontdoen. Hoewel hij hem in zijn correspondentie met de Duitse instanties aanmeldde als 'zeer anti-Duits', kon hij maar geen overtuigend bewijs vinden van de ondergrondse activiteiten van de bakker. Anderzijds mislukte ook zijn poging om Willem Zwartenkot naar Duitsland te sturen in het kader van de Arbeitseinsatz. Als bakker werkte hij namelijk in de voedselvoorziening en was daardoor vrijgesteld van tewerkstelling. Na de oorlog, bij de berechting van Karres, kreeg Zwartenkot een brief te zien waarin de burgemeester aan de Duitse autoriteiten had geschreven dat 'Zwartenkot waarschijnlijk niet in aanmerking kwam voor tewerkstelling, maar dat ze hem maar eens flink de stuipen op het lijf moesten jagen.'

Bakker Zwartenkot verkocht niet alleen brood aan huis. Hij en zijn knecht Jan Luit Bijsterveld gingen ook met fiets of bakkerskar op pad om het brood uit te venten aan klanten die ver weg woonden, in de Meeden of in Adorp. Dat bood ongekende mogelijkheden voor ondergrondse activiteiten. In de fietsmand of in de bakkerskar bevond zich vaak meer dan brood alleen. Soms werd er meel rondgebracht, afkomstig van het graan dat Meindert Veldman uit Hekkum clandestien had achtergehouden ten behoeve van de onderduikers. Graan dat gemalen was op de molen van Adorp. Verstopt onder het brood en met lijfsgevaar bracht bakker Zwartenkot dat graan ook wel naar fietsenzaak Dik aan de Bedumerweg te Groningen, van waaruit het verder vervoerd werd. Dat is altijd goed gegaan.

Duitse soldaten die ingekwartierd waren in Sauwerd kwamen wel eens voor een broodje of een gebakje in de winkel van Zwartenkot. Gebakjes waren een zeldzaamheid in oorlogstijd en Willem wist handig op het verzoek van de Duitse soldaten in te spelen met een tegenverzoek. 'Als ik van jullie suiker en meel krijg,' zei hij dan, 'zorg ik dat jullie je gebakjes krijgen.' Meestal werden de schaarse producten dan wel geleverd uit de rijke voorraadkast van de Duitsers. En Zwartenkot wist het wel zo te spelen dat er veel meer geleverd werd dan voor die paar gebakjes nodig was. Soms kwamen diezelfde Duitsers de fiets van Zwartenkot lenen voor een uitstapje in de buurt. Op een ochtend kwamen ze opnieuw de fiets halen, maar de bakker weigerde dit keer en zei dat hij de fiets zelf nodig had om brood bij de klanten te bezorgen. Willem Zwartenkot moet op dat moment peentjes gezweet hebben, want als de Duitsers zouden aandringen, zou het er voor hem slecht hebben uitgezien. Die nacht was hij namelijk aanwezig geweest bij een clandestiene slacht van een koe aan de Munnikeweg en hij had een deel van het vlees voor de onderduikers mee naar huis genomen in de broodmand voorop de fiets. En daar lag het nog steeds! Gelukkig drongen de Duitsers niet aan en Zwartenkot kwam met de schrik vrij.

Toen in 1943 de Duitsers het bevel gaven alle radio's in te leveren, was Willem Zwartenkot dat niet zomaar van plan. Hij vroeg onmiddellijk het nieuwe radiotoestel van meester Nienhuis te leen en leverde zijn eigen oude gevalletje in bij de Duitsers. Voortaan werd er samen met vertrouwde buurtgenoten naar Radio Oranje geluisterd ten huize van Willem en Angenietje Zwartenkot. En er lag wel meer verstopt in de bakkerij. Op de meelzolder, achter de meelzakken, lagen de muziekinstrumenten verborgen van het muziekkorps Dilettant uit Sauwerd waar Willem voor de oorlog een enthousiast lid van geweest was. En ergens vernuftig verstopt in de kelder (alleen Oostinga wist waar) lagen gedurende de gehele oorlogstijd wapens te wachten op een moment dat ze ingezet zouden kunnen worden.

Het meest riskant was het verstoppen van de Engelse boordschutter die letterlijk uit de lucht kwam vallen. Zijn naam was George Watts en hij was nog maar begin 20, toen zijn Lancaster vliegtuig bij Enumatil uit de lucht geschoten werd. Enkele dagen hierna kregen Willem en Angenietje bezoek van ds. Van der Ziel, de gereformeerde predikant van Sauwerd, met het verzoek snel onderdak te vinden voor een Engelse militair. Omdat niet direct een ander onderduikadres voorhanden was, besloot het bakkersechtpaar dat George Watts bij hen mocht onderduiken. Nou, dat was wat, want er was ook personeel in huis, dat beter van niets kon weten. De Engelsman werd daarom aan hen voorgesteld als 'een doofstomme neef'. De 'neef' logeerde in de voorkamer en hield zich voornamelijk bezig met kaartspelletjes en 's avonds een potje schaak met zijn gastheer. Als er soms 'moffen' door de Kerkstraat liepen, bespioneerde George Watts hen vanachter de vitrage. De aanwezigheid van de Engelsman in hun huis was letterlijk levensgevaarlijk voor het bakkersechtpaar. Helemaal toen in Bedum een zekere Keijer door het verzet werd doodgeschoten en er in Winsum en Sauwerd razzia's dreigden. Waar moest men zo gauw met George Watts naar toe? In afwachting van de huiszoeking werd besloten George onder de preekstoel van de gereformeerde kerk te verstoppen tot het gevaar voorbij was. Kort daarna kwam het verzet hem halen, om hem via zuidelijk Nederland en de Pyreneeën weer terug te brengen naar Engeland. Na de oorlog ontving Willem Zwartenkot een oorkonde van de Chef Maarschalk van de Britse Luchtmacht met als inhoud: 'Deze oorkonde is toegekend aan WILLEM ZWARTENKOT als een teken van dankbaarheid en waardering voor de hulp verleend aan de zeelieden, de militairen en de leden van de luchtmacht van het Britse Gemenebest van Landen, hulp die hen in staat stelde aan de vijand te ontsnappen of aan hem te ontkomen.'

Een keer is het toch misgegaan. Dat had te maken met de illegale verzetskrant Trouw, die in 1943 was opgericht door een groep mensen, waartoe ook oud-burgemeester Bruins Slot van Adorp behoorde. In het hele land werd de krant verspreid door moedige mensen, die hiervoor soms met hun leven moesten betalen. In Sauwerd en omgeving waren het Willem Zwartenkot en Jan Luit Bijsterveld die het illegale krantje, verstopt onder het brood, uitdeelden aan een deel van hun klanten. Helaas werd een van die klanten gesnapt door de Duitsers, waarna ze opbiechtte dat ze die krant van de bakkersknecht gekregen had. En even later stonden de Duitsers al in de bakkerij. Willem Zwartenkot kon praten als Brugman, maar dit keer ontkwam hij niet aan arrestatie. Samen met Jan Luit Bijsterveld werd hij afgevoerd naar Winsum voor een eerste verhoor. En daarna overgebracht naar het Scholtenhuis in Groningen. Maar daar was het zo overvol met arrestanten dat Willem en Jan Luit naar het Huis van Bewaring werden gebracht aan de Hereweg (nu de Van Mesdagkliniek). Gelukkig werden ze in één cel ondergebracht zodat ze hun verklaringen op elkaar konden afstemmen. Bij de pittige verhoren konden ze zo beiden blijven verklaren dat ze de krantjes per post hadden ontvangen en geen idee hadden van wie.

Het was een angstaanjagende ervaring, want iedereen wist hoe een dergelijke arrestatie kon aflopen. Ook Angenietje wist dat. Toen ze tijdens Willems gevangenschap 's nachts een auto met grote snelheid hoorde komen aanrijden, dacht ze: nu komen ze mij ook halen! Achteraf bleek het de auto van de dokter geweest te zijn, op weg naar een bevalling. Maar de angst en bezorgdheid om Willem gaf Angenietje ook ongekende kracht en moed. Tijdens zijn afwezigheid stapte ze ieder morgen op de fiets om naar het Scholtenhuis te gaan in een poging de hoogste SS'ers te spreken te krijgen en te pleiten voor vrijlating van Willem en Jan Luit. En uiteindelijk is dat ook gelukt. Geholpen door het feit dat de Duitsers het einde van de oorlog al voorvoelden en er nog zoveel mogelijk eigen gewin uit probeerden te slaan, stelden ze uiteindelijk voor Willem Zwartenkot vrij te laten tegen betaling van 10.000 gulden. Dat was een ongehoord bedrag dat onmogelijk op te brengen was. Na enig onderhandelen wist Angenietje het bedrag terug te brengen tot 3000 gulden voor Willem Zwartenkot en 1000 gulden extra als Jan Luit Bijsterveld ook vrij zou komen. Diezelfde dag nog te betalen. Hoe het Angenietje gelukt is dat geld binnen een paar uur bij elkaar te schrapen is een verhaal apart. Hier vermelden we alleen dat ze in ieder geval het grootste deel van het geld kon lenen bij Fokke Noordhuis, die naast het gemeentehuis woonde en van wie bekend was dat hij over veel geld beschikte. Nog diezelfde dag fietste Angenietje Zwartenkot terug naar Groningen om het geld naar het Scholtenhuis te brengen. Waarna Willem en Jan Luit werden vrijgelaten.

Bovenstaand verhaal is niet compleet. Willem Zwartenkot was een bescheiden man en vertelde slechts mondjesmaat over zijn verzetsactiviteiten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Wie bij de Groninger Archieven de systeemkaarten bekijkt van verzetsbetrokkenen, ziet dat de kaart van Willem Zwartenkot overvol is met de vele activiteiten en groeperingen waarbij hij betrokken was. Hoe belangrijk hij was binnen het verzet blijkt ook uit de drie oorkonden die hij na de oorlog mocht ontvangen en die de wand van zijn kamer sierden, toen hij na zijn werkzame leven met Angenietje verhuisde naar Winkheem in Winsum. Behalve de al vermelde oorkonde van de Britse Luchtmacht was dat een persoonlijke dankbetuiging van Prins Bernard en een Oorkonde ondertekend door Generaal Dwight D. Eisenhower.

 

Bronnen:
De vier kinderen van Willem en Angenietje Zwartenkot
W.J. Ferkranus, 'De laatste vlucht', Contactblad van 22 april 1997
W.J. Ferkranus, 'De ondergrondse van Adorp, Sauwerd en Wetsinge', Contactblad van 29 april 1998