Groninger verzetshelden

Kornelis Roeters - Bedum

Geboren: 17 januari 1921, Bedum

Gestorven: 20 februari 1945, Sachsenhausen, Duitsland

Kornelis Roeters (Klein Keesje), werd op 17 januari 1921 geboren in Bedum, als zoon van Klaas Roeters en Griet Faber. Ze woonden aan de Oude Dijk 55. Kornelis was de oudste van drie kinderen: Janke (1922-2010) en Trienie (1925-2011) waren zijn jongere zussen.

Kees was werkzaam als kantoorbediende bij de melkfabriek. Hij was een fijne medewerker, rustig in de omgang, met soms droge Groninger humor. Tevens was hij lid van de tennisclub in Bedum. Kornelis was verloofd met Diny Munk.

Hij was in de oorlog medewerker van de LO en KP 'Noordoost Groningen'. Aanvankelijk bestond zijn LO-werk uit het verspreiden van bonkaarten, het verzorgen van onderduikers, en het regelen van falsificaties. Later werkte hij voor de KP in de groep van 'Oom Henk' (Henk Broekstra) te Bedum, de KP Slochteren en groep Kolthof te Sappemeer. Zijn schuilnaam was “Klein Keesje”. Hij hielp mee aan de voorbereiding van kraken en deed zelf mee aan de noodlottige overval op het distributiekantoor Slochteren, op 21 juli 1944.

Deze overval op het distributiekantoor te Slochteren wekt alleen droevige herinneringen aan de dagen van het verzet, daar hier doden zijn gevallen en vele arrestaties verricht”.

De overval werd georganiseerd door verschillende verzetsgroepen uit de omgeving.

Van het kantoor zelf werd een plattegrond gemaakt bij de voorbereidingen. Op 21 juli 1944 werd de kraak ondernomen ’s morgens om kwart over acht. Omdat het een groot distributiekantoor betrof, was er ook een grote ploeg KP’ers samengesteld van tien tot twaalf personen. Hier waren bij: Zwarte Henk (Van Velthuizen), Lange Henk (Henk de Haan) en Dubbele Henk (Henk Haan), Kleine Kees (Kees Roeters), Jan Lever, Hijlke van der Heide, Wim Homoet, Kornelis Munting, Roelf Tienstra, Harry Niemeijer en Jan Kruizenga.

De overvallers arriveerden in kleine ploegjes op de fiets bij het kantoor, zowel uit richting Groningen, als van de kant van Schildwolde. Het kantoor was net open en er was een groot aantal klanten binnen. Met de handen omhoog werden personeel en klanten in bedwang gehouden en naar een bijgelegen loods geleid om daar te worden opgesloten.

Hilly Wijma, medewerkster van het kantoor, had die morgen de telefoonkabel al doorgeknipt. 'Nadat de kluis was opengemaakt hebben zij een groot aantal distributiebescheiden en de sleutel van de kluis meegenomen,' vermeldde het politieblad aan aantal dagen later. De fietstassen van de overvallers werden volgeladen met buitgemaakte materialen en de overvallers maakten dat ze wegkwamen.

Wat toen volgde was niet helemaal gepland. De personeelsleden waren niet gefouilleerd en daardoor was niet opgemerkt dat de leider van het kantoor een reservesleutel paraat had.

Toen de verzetsmensen amper waren vertrokken, maakte deze persoon de loods open en waren de gevangenen alweer vrij.

Vervolgens ging de leider, die volledig op de hoogte was geweest van de voorgenomen overval, direct naar het politiebureau, van waaruit meteen de SD werd gewaarschuwd. Dit ging allemaal zó snel dat de overvallers nauwelijks op veilige plaatsen waren aangekomen.

Over het Eemskanaal splitste de groep zich in tweeën. Drie mannen van de groep, gingen naar Hoeksmeer waar ze een gedeelte van de buit bij boer Eltje Dam onderbrachten.

Drie anderen, Henk de Haan, Kees Roeters en Jan Lever, waren van over het Eemskanaal doorgereden in de richting van Eenum.

Bij Wirdumerdraai stond Jan Kruizenga’s tienjarige dochtertje Aafke op de brug te wachten. Er was afgesproken dat de overvallers haar al fietsend een teken zouden geven: was alles in orde, had één van hen de duim omhoog, zo niet, was de duim omlaag. De duim was omlaag. Het jonge meisje haastte zich naar huis om de code aan haar vader mee te delen. Deze nam meteen zijn maatregelen.

De KP’ers waren ondertussen doorgereden naar Eenum waar ze zich met hun deel van de buit meldden op de boerderij van Molenkamp.

De ingeseinde SD ging direct op pad, maar vond nog niet meteen een spoor van de overvallers. Uiteindelijk togen ze op goed geluk met hun overvalwagen naar Eenum, om bij boer Molenkamp huiszoeking te verrichten. Henk de Haan (Lange Henk) en Jan Lever vlogen de achterdeur uit en werden slechts enkele ogenblikken later in een vuurgevecht doodgeschoten.

Kees Roeters (Klein Keesje), werd met bruut geweld gearresteerd, gevangen gezet in het Huis van Bewaring en later naar Sachsenhausen gedeporteerd. Daar overleed hij op 20 februari 1945.

De totale buit van de kraak van Slochteren was niet gering: 13.280 bonkaarten, 44.978 rantsoenen en 3500 tabakskaarten en een pistool met 8 patronen.

De verstopte buit werd niet gevonden.

 

Bron: Verzetsgroep Garrelsweer, geschreven door Ineke Kerssies.