Groninger verzetshelden

Jan Reitsema - Adorp, Laren

Geboren: 13 oktober 1894, Adorp

Gestorven: 1968, Laren

In aanwezigheid van opperrabbijn Jakobs en de ambassadeur van Israël werd op 20 april 2017 in Laren N.H. een monument onthuld voor 48 Joodse kinderen en vier volwassenen die omkwamen in de Holocaust. De plechtigheid vond plaats in het Reitsemaplantsoen, op de plek waar van 1911 tot 1971 de gebouwen hadden gestaan van de Berg-Stichting, een instelling voor uit huis geplaatste Joodse kinderen uit sociaal zwakke milieus.Van de 108 Joodse kinderen die hier aan het begin van de Tweede Wereldoorlog waren ondergebracht werden er 70 gered. Dat was grotendeels te danken aan het heldhaftige optreden van de toenmalige directeur van het Joodse instituut, de heer Jan Reitsema, naar wie op deze dag ook het plantsoen vernoemd werd.

Misschien dat de naam Jan Reitsema ons nu niets meer zegt. Maar feit is dat hij in 1894 geboren werd in Adorp aan de Torenweg als zoon van bakker Hendrik Reitsema en zijn vrouw Dieuwertje Kraaima. Jan Reitsema werd onderwijzer en trouwde in 1919 met Tine Oortmans, dochter van het hoofd der school te Finsterwolde. Met haar vertrok hij naar het westen van Nederland.

De Berg-Stichting bestond al sinds 1911. Het Joodse kindertehuis had een uitstekende naam en stond vooral bekend om de huiselijke, gemoedelijke en warme atmosfeer die het gemis van een gezinssituatie gedeeltelijk moest compenseren. De jonge bewoners van het Instituut bezochten de Openbare Lagere School van Laren en mochten daarna doorstromen naar de ambachtsschool, de huishoudschool of naar een Mulo in de onmiddellijke omgeving.

In 1929 werd lang gezocht naar een nieuw directeursechtpaar. Hoewel er vooral gezocht werd in Joodse kringen, lukte het niet een geschikt Joods echtpaar te vinden. Uiteindelijk besloot men een niet-Joods echtpaar te benoemen: Jan en Tine Reitsema. Jan Reitsema had ervaring met kindertehuizen, want van 1922 tot 1929 had hij gewerkt in het Rijksopvoedingsgestichten (R.O.G.) van Amersfoort. In het bevolkingsregister van die plaats lezen we dat hij destijds woonde op het terrein van dit Rijksopvoedingsgesticht, samen met zijn vrouw Tine en zijn toen 19-jarige neef Jan Luitje Raangs, de latere vader van Cees Raangs uit Sauwerd. Toen Jan Reitsema in 1929 benoemd werd tot directeur van de Berg-Stichting was Jan Luitje Raangs, die in Amersfoort zijn H.B.S-diploma behaald had, al weer teruggekeerd naar de ouderlijke boerderij tussen Adorp en Sauwerd.

Onder leiding van Jan en Tine Reitsema groeide het Instituut te Laren uit tot een van de beste kindertehuizen van Nederland. Naast de huiselijke sfeer was er ruimte voor individuele begeleiding, sport, kunstzinnige vorming en uitstapjes. Bij het 25-jarig jubileum in 1936 beschreef de plaatselijke krant de Berg-Stichting als “een oase in de harde en desillusioneerende maatschappij”.

Aan die “oase” kwam een eind toen in 1940 de oorlog uitbrak. De gevolgen in Laren waren onmiddellijk voelbaar. Als een van de eerste maatregelen probeerden de Duitsers via de Joodse Raad de niet-Joodse directeur Jan Reitsema te ontslaan, wat niet lukte, want Reitsema voelde zich verantwoordelijk voor zijn pupillen en bleef op zijn plaats. Vervolgens werd het de kinderen van de Berg-Stichting verboden de scholen in Laren en omgeving te bezoeken, terwijl vanaf mei 1942 alle pupillen vanaf zes jaar en hun verzorgers een Jodenster moesten dragen, met uitzondering van het niet-Joodse directeursechtpaar.

In de zomer van dat zelfde jaar krijgt directeur Jan Reitsema het bevel de gebouwen van de Berg-Stichting per 1 december te ontruimen. Reitsema moet onmiddellijk hebben begrepen wat er op het spel stond en hij bedenkt allerlei listen om de Duitsers om de tuin te leiden. Als eerste stapt hij naar de gemeentesecretaris van Laren en verzoekt hem om de kinderen niet of slechts met grote vertraging uit te schrijven uit het bevolkingsregister, zodat ze later moeilijk te traceren zouden zijn. Vervolgens huurt hij in het grootste geheim een aantal vervallen panden aan het Rapenburg in Amsterdam en organiseert de verhuizing met kleine groepjes kinderen en verzorgers tegelijk. Hoe verstandig dat is, blijkt wanneer één van die groepjes tijdens de verhuizing in Amsterdam terecht komt in een razzia waarbij Joden worden opgepakt. Jan Reitsema, die deze groep van medewerkers en oudere kinderen begeleidt, begint onmiddellijk het gedrag van de Duitsers te imiteren en stelt zich al schreeuwend en commanderend op aan het hoofd van de groep, daarmee de Duitsers wijsmakend dat de groep al is opgepakt en dat hij ze nu begeleidt naar de Hollandse Schouwburg in plaats van naar het kindertehuis.

Een ander lumineus en dapper idee van Jan Reitsema is om de Berg-Stichting voortaan aan te duiden als een Mischlingenheim, dat wil zeggen een tehuis voor kinderen die slechts half Joods zijn. Daarmee wint hij tijd. Het besef dat het hier om kinderen gaat die ook 'Arisch bloed' in de aderen hebben, houdt de nazi's enige tijd op afstand. Die tijd gebruikt Jan Reitsema om met gevaar voor eigen leven onderduikadressen te zoeken voor zijn pupillen. Ook regelt hij de felbegeerde stempels die deportatie naar Westerbork en de vernietigingskampen voorkomt of uitstelt. Hij vindt onderduikadressen voor steeds meer kinderen en laat op de vrijgekomen plekken tijdelijk andere mensen onderduiken, voor wie hij vervolgens ook veilige adressen zoekt.. Als hij moet komen uitleggen bij de Amsterdamse Hoofdcommissaris van politie waarom er zoveel kinderen verdwijnen, bluft hij dat het om weggelopen kinderen gaat.

Als er toch nog een bevel komt dat de drie broertjes Cohen gedeporteerd moeten worden wendt Jan Reitsema zich tot de Joodse Raad en tot hoge Duitse instanties en weet dit bevel nog dezelfde dag ongedaan te maken.

Maar uiteindelijk is het geduld van de Duitsers toch op. In februari 1943 volgt er een inval op het Rapenburg. Gelukkig zijn niet alle kinderen thuis en Jan Reitsema benadrukt nogmaals dat de kinderen Mischling zijn en niet mogen worden meegenomen. Helaas gaan de nazi's dit keer slechts gedeeltelijk mee in zijn redenatie en hij wordt gedwongen 14 kinderen aan te wijzen die volbloed Joods zijn, waarmee hij de andere kinderen voorlopig uit handen van de Duitsers kan houden. De veertien kinderen die Jan Reitsema gedwongen wordt om aan te wijzen worden meegenomen en zullen nooit terugkeren. Hoe afgrijselijk en onmenselijk moet deze keuze geweest zijn!

In mei 1943 tijdens een grote razzia weet Reitsema opnieuw de Duitsers te overbluffen. Terwijl de kinderen en medewerkers van de Berg-Stichting al met hun bepakking klaar staan om te worden meegenomen, eist Reitsema op hoge toon een gesprek met de beruchte SS’er Aus der Fünten (de man die verantwoordelijk is voor de transporten naar de kampen!) en weet hem te overtuigen zijn”Mischlingen Heim” ongemoeid te laten.

Maar daarmee is de ellende nog verre van voorbij. Op 2 augustus 1943 wordt het kindertehuis aan het Rapenburg voor de derde keer binnengevallen. Een aanwezige onderduiker, de 19-jarige Jaap van Meekeren (de latere journalist en tv-presentator) weet via het dak nog op het nippertje te ontvluchten. Als de Duitsers op zijn beslapen bed stuiten, arresteren ze Jan Reitsema en nemen hem mee. De SD (Sicherheitsdienst) wil van hem weten wie die onderduiker is en waar hij is gebleven. Ondanks marteling zegt Reitsema niets. Zijn vrouw Tine kan intussen niet voorkomen dat tijdens zijn afwezigheid de resterende kinderen, gelukkig nog slechts een kleine groep, uit het huis op het Rapenburg wordt gehaald.

Na een maand wordt Jan Reitsema wonder boven wonder vrijgelaten. Omdat er geen kinderen meer zijn om voor te zorgen gaat hij in januari 1944 terug naar Het Gooi. Zelfs dan doet hij nog pogingen om kinderen uit Westerbork vrij te krijgen. Die pogingen moet hij staken als hij wordt opgeroepen voor de Arbeitseinsatz. Hij duikt onder tot aan het einde van de oorlog.

Na de bevrijding blijkt dat er 48 kinderen en vier stafleden van de Berg-Stichting werden vermoord door de nazi's. Hun namen staan op het monument dat in Laren werd onthuld. Maar dankzij Jan Reitsema hebben ongeveer zeventig kinderen, jongeren en stafleden de oorlogstijd overleefd.

De Berg-Stichting in Laren heropent met opnieuw Jan en Tine Reitsema als directeursechtpaar..Er worden nu vooral Joodse weeskinderen opgevangen, wiens ouders in de Holocaust zijn omgekomen. Reitsema blijft directeur tot aan zijn pensioen in 1960. Hij ontvangt in 1964 de Yad Vashem-onderscheiding voor zijn hulp aan Joodse kinderen en overlijdt in 1968.

Uit de toespraak van Rabbijn Jacobs bij de plechtigheid op 20 april 2017:

Jan Reitsema deed wat hij moest doen om mens te blijven. Hij weigerde categorisch om mee te werken, niet actief en niet passief. Hij weigerde zelfs om ook maar een klein, bijna te verwaarlozen onderdeeltje, een heel minuscuul radertje te zijn van de gruwelijke moordmachine. Hij heeft tientallen van zijn kinderen weten te redden en ervoor gezorgd dat zij gespaard werden voor een afschuwelijk lijden[....] Toen de meerderheid gewillig de verkeerde richting opging, bleef Jan Reitsema mens. Dankzij Jan Reitsema heeft meer dan de helft van de Berg-Stichting overleefd. Maar desondanks staan hier nu toch nog, op dit imposante Monument, de namen van achtenveertig pupillen. Achtenveertig teveel …

 

Lees ook:
Ineke Hilhorst, Teun Koetsier, Elbert Roest, De slag om de Berg-Stichting, Van Wijland, 2017
Plantsoen in Laren vernoemd naar Groningse verzetsstrijder, Dagblad vh Noorden, 23 februari 2017
Monument voor de Joodse kinderen (YouTube, 40 minuten)