Groninger verzetshelden

Hielke van der Wal - Visvliet

geboren: 17 maart 1919, Kortezwaag (gem. Opsterland)
gestorven: 31 oktober 1943, bij Den Dolder

Kort na Hielkes geboorte in 1919 verhuist het gehele gezin Van der Wal naar Visvliet, naar een boerderij aan de Stationsweg 33. Daar groeit Hielke op met zijn vijf broers en zussen. Na de lagere school bezoekt hij de landbouwschool in Kollum, maar in april 1939 wordt hij als dienstplichtige opgeroepen in de Rabenhauptkazerne te Groningen. Na de Nederlandse capitulatie op 15 mei 1940, treedt hij op 12 juli 1940 in dienst bij de Koninklijke Marechaussee als beroepsmilitair, met als aanvankelijke standplaats Norg, niet ver van zijn verloofde Fenny Bolhuis, die als verpleegster werkt in het psychiatrisch ziekenhuis Dennenoord te Zuidlaren.
Later, in zijn nieuwe standplaats Ruinerwold, komt Hielke in de kost bij Jaap Kraal en zijn vrouw Aaltje. Door hen raakt hij betrokken bij het verzetswerk, waaronder een overval op een distributiekantoor in Ruinerwold.

Op 3 augustus 1943 duikt Hielke onder bij zijn verloofde in Visvliet. Acht dagen later overvalt de Duitse bezetter de familie van der Wal in Visvliet, op zoek naar Hielke. Vader en moeder Van der Wal, broers Jan en Rienk en zuster Anna worden opgepakt en via het Huis van Bewaring in Groningen naar kamp Vught gebracht. Hielke vertrekt naar Brabant, waar hij zich onder de naam Henk Gerritsen aansluit bij een illegale groep onder leiding van Aldert Hazenberg. In die groep blijkt een verrader te zitten. Antonie Damen werkt voor de Duitse inlichtingendienst en is van plan om de groep Hazenberg, die hulp biedt aan onderduikers en neergeschoten piloten, te saboteren.

Op 31 oktober gaat Hielke samen met Damen per trein op weg naar Den Dolder, zogenaamd om enkele neergeschoten vliegers ergens onder te brengen. Na een wandeling in de bossen klinken twee schoten. De Utrechtse politie vindt het lijk van een man met een schotwond in de borst. Op de aangetroffen papieren staat de naam van Henk Gerritsen. Ook vindt de politie een foto van een verpleegster en een brief waarin ene dominee Schaafsma wordt genoemd. Al snel blijkt dat de dominee in Ruinerwold woont, en dat de verpleegster Fenny Bolhuis is. Uit de verdere rapporten blijkt dat het slachtoffer een oud-marechaussee is, genaamd Hielke van der Wal.

Na de bevrijding legt Antonie Damen de volgende verklaring af :
“Na in Den Dolder uit de trein te zijn gestapt, moesten wij volgens van der Wal een eind langs de spoorbaan in de richting Utrecht teruglopen. Plotseling sloeg van der Wal zijn rechterarm om mijn hals en gaf mij met zijn linker vuist een slag op mijn onderkaak. Door die slag viel ik op de grond, terwijl van der Wal probeerde mij de keel dicht te knijpen.
Ik heb toen mijn revolver getrokken, welke ik in de rechter buitenzak van mijn overjas droeg. Van der Wal lag steeds bovenop mij. Ik heb toen in de richting van het hoofd Van van der Wal geschoten, doch het eerste schot trof geen doel. Nadat het schot was afgegaan, bleef Van der Wal doorworstelen. Ik heb de revolver toen tussen ons in gewrongen en de haan overgehaald. Toen dit tweede schot was afgegaan,bleef van der Wal stil liggen. Na te zijn opgestaan ben ik, zonder naar van der Wal om te kijken, hard weggelopen.”

De naam van Hielke van der Wal staat op het oorlogsmonument op de begraafplaats in Ruinerwold en is ook gegraveerd in de gedenkplaat aan de klokkentoren op de begraafplaats in Grijpskerk. Op 3 mei 2017 vond de presentatie plaats van het oorlogsboek In de stilte van de nacht, door de Stichting Historie van Ruinerwold, waarin ook de herinneringen aan Hielke van der Wal staan beschreven.