Groninger verzetshelden

Evert Radema - Foxhol

Geboren: 7 augustus 1903, Foxhol

Gestorven: 6 september 1944, Mauthausen, Duitsland

Evert wordt geboren op 7 augustus 1903 te Foxhol. Zijn vader is timmerman en binnenvaartschipper en Evert kiest ook voor een varend bestaan.

Na voltooiing van zijn opleiding tot marconist aan de zeevaartschool in Amsterdam komt Evert terug bij zijn ouders waarna hij op 8 december 1927 trouwt met Frederika Annechina Olthof. In februari 1928 vertrekken Evert en Frederika naar Amsterdam en op 14 mei 1928 wordt daar hun dochter Peitje geboren. Waarschijnlijk heeft Evert toen ook een tijdlang gevaren als marconist op één van de schepen van de Maatschappij Nederland. Kennelijk was het niet mogelijk op dat moment een vaste aanstelling als marconist te krijgen, want op 4 december 1928 verhuist het gezin alweer vanuit Amsterdam terug en wel naar Kropswolde. Zij wonen dan in bij de ouders van Frederika die daar een café exploiteren.

In 1929 verhuizen ze naar Kolham waar zoon Geert wordt geboren. Een jaar later verhuizen ze naar Foxhol, waar Evert onder andere het beroep van brugwachter uitoefent. In 1933 vertrekken ze (weer) naar Amsterdam, waarschijnlijk omdat Evert opnieuw als marconist voor de Maatschappij Nederland gaat varen en nu wel in dienst van die rederij kan treden. In het licht van zijn latere werkzaamheden als agent/marconist is het aardig om hier te vermelden dat Evert (als zoveel andere Nederlanders overigens toen) in de jaren dertig een speldje voorstellende een gebroken geweertje op zijn revers droeg, ten teken dat hij pacifist was.

Evert werkte voor de Maatschappij Nederland op schepen, maar ook in de havendienst of hij had een uitkering uit 'de bondskas'. In die jaren stuurde hij kaartjes naar huis uit Brazilië en Argentinië, maar hij stuurde ook uit de havenplaats Archangelsk in de Sovjetunie. Ook voer hij onder andere naar Hamburg, Nederlands Indië en New York.

'Je doet wat voor je vaderland'
Everts vrouw Frederika in een interview uit 1975: 'Toen de oorlog uitbrak zat mijn man als marconist op een schip in Engeland. Ze konden niet meer terug naar Nederland. Ik weet dat hij in Engeland op het punt stond om naar Indië uitgezonden te worden, maar vlak daarvoor vroegen ze hem of hij voor de Inlichtingendienst wilde werken. Hij ging akkoord en pas veel later heeft hij me dat gezegd. Ik zei tegen hem: 'Hoe kon je dat nou toch doen?' Maar hij zei: 'Je doet wat voor je vaderland.' Bovendien was hij fel op het fascisme.'

'In 1942 werd hij vanuit Engeland in Nederland gedropt. Wat er allemaal precies is gebeurd, weet ik niet, maar er schijnt verraad in het spel te zijn gekomen. Op de opgegeven onderduikadressen kon Evert niet terecht. Toen is hij maar naar ons huis in Amsterdam gegaan, ondanks dat het hem verboden was, contact met ons op te nemen. In Amsterdam heeft hij als seiner gewerkt. Op een gegeven moment echter kreeg hij geen contact meer met Engeland. Wel kreeg hij bericht dat hij naar Engeland moest terugkeren. Hij deed dat en vertrok naar een contractadres aan de Vondelstraat, waar hij zich moest verzamelen. Dat was de laatste keer dat ik hem zag.'

Englandspiel
Het verraad waar Evert Radema het slachtoffer van werd, maakt deel uit van het beruchte Englandspiel. Geheime agenten (allen Nederlanders) werden vanuit Londen gedropt in Nederland onder andere met als opdracht het verzet te stimuleren, activiteiten tegen de Duitsers te ontplooien en verbindingen tussen het bezette Nederland en de regering in ballingschap in Londen tot stand te brengen.

Maar al snel werd een agent gearresteerd en konden de Duitsers infiltreren in de geheime communicatie, door de Britten te laten geloven dat de geconfisqueerde zender nog veilig was. Op die manier vielen tientallen agenten en vele zendingen en droppings met wapens en materiaal in handen van de bezetter.

Veertig Nederlandse agenten die gevangen waren genomen, waaronder Evert Radema, werden samen met zes Britse officieren en één Amerikaanse officier, op 5 september 1944 het concentratiekamp Mauthausen, 13 gelegen aan de Donau in Oostenrijk, binnengevoerd.

Kaalgeknipt en met vodden aan, maar zonder schoenen, zelfs zonder plankjes, werden zij vervolgens in de cellen van de kampgevangenis, de Bunker, opgesloten. Men gaf hun niets te eten of te drinken. De volgende ochtend, 6 september, moesten zij zich als aparte groep voor de Schreibstube opstellen. Hier kregen zij hun kampnummer opgegeven, dat evenwel niet, zoals gebruikelijk, op de kleding werd aangebracht maar met kopieerpotlood op hun borst werd geschreven. 'Opdat men jullie herkent,' zei de Lagerkommandant 'voor het geval jullie nog eens zin krijgt, naar beneden te springen, deze keer in de Wienergraben' – dat was de steengroeve met de 'trap' van honderdzesentachtig treden.

Onder toezicht van een beruchte SS-er en een niet minder beruchte Kapo (dat waren mede-gevangenen, meestal een beroepsmisdadigers) werden de zevenenveertig gevangenen om half een 's middags aan het werk gezet. Op blote voeten en in looppas moesten zij onder geschreeuw en ranselen zware granietblokken van onder uit de groeve naar boven sjouwen. Wie niet meer voortkon, kreeg de raad zich te pletter te werpen. Sommigen werden doodgeslagen, anderen maakten een einde aan hun lijden door in de richting van de wachtposten te lopen die hen neerschoten, één werd afgemaakt nadat hij getracht had, het granietblok dat hij torste, op het hoofd van een SS-er te laten neerkomen.

's Avonds waren er negentien doden, waaronder zo blijkt uit de registers van het kamp, Evert Radema, die 41 jaar werd. De overlevenden werden weer in de Bunker opgesloten. Hoeveel doden er de volgende dag, 7 september, in en bij de steengroeve vielen, is niet bekend; vaststaat evenwel dat de enkelen die aan het einde van de tweede dag nog leefden, voor een aantal SS-bewakers werden opgesteld die hen doodschoten.

Ongeloof
Frederika Radema: 'Tot na de oorlog heb ik altijd gedacht dat het hem gelukt was naar Engeland te komen. Maar achteraf bleek dat hij in de Vondelstraat is gearresteerd. Via een kamp in Noord-Brabant zijn ze overgebracht naar Mauthausen waar ze na korte tijd zijn doodgeschoten. Toen de oorlog was afgelopen, wist ik nog steeds niet beter dan dat Evert veilig in Engeland zat. Op een dag echter kreeg ik een brief van het ministerie van Oorlog. Er stond in dat mijn man in Mauthausen was gefusilleerd. Aanvankelijk wilde ik dat niet geloven. Ik had nog hoop. Maar dat werd steeds minder. Later kreeg ik nog een periode waarin ik me niet op straat durfde te vertonen. Ik was bang dat de mensen me zouden vragen: 'wanneer komt je man thuis?''

 

Bovenstaande tekst is een bewerking van het artikel 'Folxholster geheim agent in de Tweede Wereldoorlog', eerder verschenen in Pluustergoud, het orgaan van de Historische Vereniging Hoogezand-Sappemeer (editie juni 2011 ,nr. 33).