Groninger verzetshelden

Albert de Roos - Sellingen

Geboren: 10 juni 1920, Groningen

Gestorven: 17 juni 1944, Vlagtwedde

Op zaterdag 17 juni 1944 bevonden zich enkele NSB-Landwachters bij de Sellingersluis te Sellingen/Over de Dijk. Zij hadden opdracht gekregen een algemene controle uit te voeren n.a.v. de aanslag van de verzetsman Dirk de Ruiter een dag eerder op de NSB-Opperbanleider Tunnis Buursma te Musselkanaal. Buursma kwam daarbij om het leven.

Om ongeveer 16.30 uur naderde Albert de Roos fietsend de Sellingersluis en werd daar door de Landwachters staande gehouden. De Roos, afkomstig uit Groningen en in het dagelijks leven boekhouder, was ondergedoken om aan de Arbeidseinsatz in nazi-Duitsland te ontkomen en was werkzaam voor de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. De Roos toonde zijn persoonsbewijs en verklaarde geen Ausweis te kunnen tonen, aangezien hij aangaf bij zijn vader werkzaam te zijn, die volgens zijn zeggen een lederzaak in Groningen had. In werkelijkheid was vader De Roos politieagent in Groningen.

De Landwachters werden argwanend en één van hen gelastte De Roos bij hen te blijven. Na verdere ondervraging deelde De Roos mee dat hij verkering had met een dochter van de weduwe Huizing uit Sellingen. Zijn vriendin was werkzaam bij de familie Korvemaker in Over de Dijk, vanwaar hij haar wilde begeleiden naar haar moeder. Moeder Huizing was namelijk erg overstuur, aangezien haar zoon Lammert die zelfde dag was gearresteerd, samen met de bij hem en zijn echtgenote ondergedoken Joodse familie Sachs uit Vlagtwedde. Aangezien de Landwachters in het bezit waren van de papieren van De Roos, stelde deze laatste voor om naar de familie Korvemaker te gaan, zijn vriendin te halen en bij de Landwachters terug te keren.

De Landwachter vertrouwde het verhaal van zijn arrestant niet en stelde voor om samen naar de marechausseekazerne in Sellingen te gaan om zijn papieren te controleren. Mochten deze in orde zijn dan kon De Roos zijn weg vervolgen. De Roos ging hiermee akkoord, waarna de NSB'er hem fouilleerde. Samen zijn ze daarna op de fietst gestapt richting Sellingen.

Bij een haakse bocht in de Sluisstraat (thans Hassebergerweg) in Sellingen lag wat los grind op straat, waardoor beide fietsers de bocht extra ruim moesten nemen. De Roos greep daarop de Landwachter bij de rechterschouder en probeerde hem in de berm te duwen. Dit lukte slechts gedeeltelijk en de Landwachter wist op de fiets te blijven. De Roos vluchtte vervolgens op de fiets richting Sellingen. De Landwachter haalde een revolver te voorschijn en richtte op De Roos. De revolver ketste twee keer, waarna de NSB'er zijn jachtgeweer van zijn schouder nam en al fietsend op De Roos schoot. Het schot vernielde de achterband van de fiets van De Roos, waarna deze nog kans zag door te fietsen. Hij zat daarbij gebogen over het stuur en keek volgens getuigen af en toe achterom naar zijn achtervolger.

Op circa 25 meter na de bocht in de Sluisstraat schoot de Landwachter nogmaals op De Roos, die daarna over links, gewond van zijn fiets viel. De 18-jarige winkeljuffrouw Fennechien Alting fietste op dat moment De Roos en zijn achtervolger tegemoet en getuigde dat de Landwachter schoot op het moment dat zij hem passeerde. Buurtbewoners, gealarmeerd door de geweerschoten, verschenen op straat. De NSB'er, die zijn fiets tegen een boom had gezet en zijn jachtgeweer inmiddels had herladen, sommeerde de buurtbewoners in huis te gaan, onder het dreigement hen dood te schieten. Veldwachter R. Mulder arriveerde toevallig op de plaats des onheils. De Landwachter vroeg de veldwachter de politie of de Landwacht te alarmeren.

De wijkverpleegkundige mevrouw J. de Boer-Klingenberg (wonende in de Sluisstraat) wilde hulp bieden, maar werd in eerste instantie door de NSB'er met het geweer in de aanslag teruggestuurd. Enkele ogenblikken later belde de Landwachter aan bij een huis voorzien van het Groene Kruis-embleem en werd daarbij opnieuw geconfronteerd met zuster De Boer, die uit angst niet mee durfde. Zuster De Boer liet zich onder dreigementen overreden en constateerde dat de verwondingen van De Roos van dien aard waren, dat de hulp van een dokter ingeroepen diende te worden. Enkele ogenblikken later arriveerde dokter E. Smit.

Het slachtoffer is met hulp van buurtbewoners overgebracht naar het huis van dokter Smit, waar De Roos bij aankomst overleed, precies een week na zijn 24e verjaardag.

Voor hotel Homan stond op hetzelfde moment een vrachtauto met daarop dominee Reinders, Lammert Huizing, de familie Sachs en een niet met name genoemde zwarthandelaar. Reinders, Huizing en het gezin Sachs waren eerder die dag bij de grote razzia gearresteerd.

Albert de Roos werd begraven op de Noorderbegraafplaats te Groningen en zijn naam is opgetekend op de Erelijst van Gevallenen 1940-1945 in de hal van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.